zaterdag 4 mei 2019

Het is lang geleden, 't is zo lang geleden

Anti-kapitalistische BDSM uit IJsland, performance art met metalen maskers uit Portugal, een ex-pornoster uit Rusland: het Songfestival blijft een eindeloze bron van vreugde en verwondering. Mijn favorieten van dit jaar staan hieronder; ik ga snel verder met bidden tot de Heilige Drie-eenheid*, anders winnen we nooit.

* = de Heilige Corry, de Heilige Lenny en de Heilige Getty, FYI.

5) Lake Malawi — "Friend of a Friend" (Tsjechië)


Niks aan de hand in hipsterkoffieland.

4) Kate Miller-Heidke — "Zero Gravity" (Australië)


Stiekem kijk ik dat hele Songfestival natuurlijk uitsluitend voor de opera-dance in glitterjurk, en dit is onmiskenbaar een juweeltje binnen het genre. Kate Miller-Heidke jubelt haar postnatale depressie van zich af en auditeert in een moeite door voor Frozen 2.

3) Tamta — "Replay" (Cyprus)


Cyprus krijgt wederom de voetjes van de vloer met een lekkere dertien-in-dozijn dancebeat. De aankleding is wel wat veranderd: waar Eleni Foureira het vorig jaar bij ananassen en bananen hield gaat Tamta voor crossende mannen, lassende mannen én douchende mannen. Dat belooft wat.

2) Mahmood — "Soldi" (Italië)


Mahmood verwerkt de moeizame relatie met zijn vader in deze verrassende slow burner. Engnek en vice-premier Matteo Salvini meende na Sanremo te moeten opmerken dat Mahmood niet Italiaans genoeg was om het land te vertegenwoordigen; alleen al daarom zou een klinkende overwinning niet meer dan terecht zijn.

1) Duncan Laurence — "Arcade" (Nederland)


Zou het dan eindelijk? "Arcade" staat al weken op één bij de bookmakers, tikt de 6,5 miljoen views aan op YouTube en kreeg zowaar een doodenge 9.15 van de Eurovisienerds van wiwibloggs. De voortekenen zijn zo goed dat ik er verder niets over durf te zeggen. Het is in 's Heerens handen.

maandag 30 april 2018

Filmdagboek (80)


Quiz (Dick Maas, 2012)

●○○○○

Gelukkig zijn er nog films die al je vooroordelen over de vaderlandse cinema bevestigen. Het oogt goedkoop, ze hadden nog beter een baviaan het script kunnen laten tikken en Barry Atsma speelt de hoofdrol. Nou ja, 'speelt de hoofdrol' – in dit geval is 'denkt aan zijn salaris en hoopt vurig dat er niemand komt kijken' waarschijnlijk een betere omschrijving. Pierre Bokma brengt het er als geschifte quizmaster iets beter vanaf, maar zelfs Neêrlands beste acteur kan geen lood in goud veranderen. Waar zijn de speedboten, de moordlustige liften en de tieten van Tatjana als je ze nodig hebt?


The Talented Mr. Ripley (Anthony Minghella, 1999)

●●●●○

Matt Damon komt in zijn sulligheid een stuk dichter in de buurt van Patricia Highsmiths Ripley dan de bloedmooie Alain Delon. Toch berust ook Anthony Minghella's film op een verkeerde interpretatie van het boek: Ripley is hier onmiskenbaar verliefd op Jude Laws Dickie Greenleaf en vermoordt hem in een opwelling nadat hij wordt afgewezen. De psychopaat Ripley, die zeer welbewust besluit tot de moord en de identiteitsdiefstal, wordt vervangen door een eenzame jongen vol zelfhaat die slechts verlangt naar liefde en respect. Damon haalt er wél alles uit. (Overigens mis ik Philip Seymour Hoffman nog steeds. Wat een acteur!)


E.T. the Extra-Terrestrial (Steven Spielberg, 1982)

●●●●●

Je kunt van alles van Steven Spielberg vinden – sentimenteel, commercieel, glad, kitscherig, wat dan ook – maar als de meester raak schiet dan is het ook echt raak. E.T., Spielbergs 'spirituele autobiografie' over het verliezen van je thuis, is filmgenot van de bovenste Hollywoodplank. Er is geen grammetje celluloid te veel, geen onnodig zinnetje dialoog, geen enkele ruis op de lijn tussen het scherm en je hart. Hoeveel films zijn er die op je vierendertigste net zo goed werken als op je tiende? Die brok in mijn keel als E.T. "Come" zegt en Elliott antwoordt met "Stay" kwam me verdomd bekend voor.

vrijdag 20 april 2018

Shalom Jeruzalem!

Schrijven over films komt me een beetje de neus uit de laatste tijd, maar gelukkig is het Songfestival nabij. Driewerf hoera! Salvador Sobral heeft een nieuw hart, Waylon is terecht en zelfs Rusland is van de partij. Niets staat een fijne portie Europese verbroedering door middel van valse grappen over elkaars muziekcultuur nog in de weg. Gaan we die 43 nummers kunnen uitzitten? Jazeker, als u genoeg bier in huis haalt moet dat lukken. En misschien dat u dan zowaar nog wel een enkel liedje wilt meeneuriën ook. Mijn top vijf voor 2018:

5) Sennek — "A Matter of Time" (België)


James Bond is nooit ver weg als Sennek zingt. "Tomorrow Never Dies" dan, hè – niet "Goldfinger" ofzo.

4) Cesár Sampson — "Nobody But You" (Oostenrijk)


Met zijn soepele soulstem is Cesár misschien wel de beste mannelijke solist dit jaar. Jammer dat 't nummer zelf een beetje muzikale plamuur blijft.

3) Eleni Foureira — "Fuego" (Cyprus)


Deze Cypriotische godin stookt graag fikkies en is dol op fruit. Dansbaar, zeker met een glaasje ouzo achter de kiezen.

2) Amaia & Alfred — "Tu canción" (Spanje)


Om mijn zelfrespect te redden zou ik nu heel hard om een teiltje moeten roepen, maar weet u beste lezer: op onbewaakte ogenblikken ben ik best ontvankelijk voor een zoete melodie en lispelend Spaans. Wie wil er met me schuifelen?

1) Netta — "Toy" (Israël)


Al kakelend het Songfestival winnen? Het kan, en het gaat gebeuren ook. Grappen over plofkippen zijn vanaf dit moment verboden. "Toy" is de meest frisse inzending in jaren en verdient dan ook een klinkende overwinning. Kom maar op met die boycotdiscussie.

dinsdag 30 januari 2018

Filmdagboek (79)


Darkest Hour (Joe Wright, 2017)

●●●○○

Het Oscarseizoen is geopend en het moet wel heel gek lopen wil Gary Oldman niet tot beste acteur worden uitgeroepen. Darkest Hour wordt compleet overschaduwd door zijn briljante imitatie van Winston Churchill, wat maar goed is ook. Wie Oldman buiten beschouwing laat, ziet namelijk een nogal sentimentele biografiefilm die nooit echt imponeert. Het is een slappe versie van Der Untergang: een dienstbare secretaresse leert in oorlogstijd de menselijke kant van een groot leider kennen. De onderliggende boodschap – wij excentrieke Britten geven het continent een lesje in standvastigheid – klinkt onaangenaam hol in deze tijden van brexit.


Call Me by Your Name (Luca Guadagnino, 2017)

●●○○○

Bezit uw familie een zomerhuis in Italië? Las uw moeder voor uit zestiende-eeuwse Duitse ridderromans? Sprak u thuis minimaal drie talen met even groot gemak? Kon u op uw zeventiende moeiteloos Bach spelen in Liszts stijl, op de piano én op gitaar? Beoordeelde uw vader zijn gasten door ze de etymologie van het woord 'abrikoos' te laten opdreunen? Zo ja, dan vindt u Call Me by Your Name vast heel herkenbaar. Gewone stervelingen uit een rijtjeshuis kunnen dit kitscherige coming-of-ageverhaal over de romance tussen twee zeer onaangename snobs beter mijden. Weekend en Beautiful Thing zwijmelen tien keer beter.


Dunkirk (Christopher Nolan, 2017)

●●●●○

Nog een ode aan de Britse standvastigheid, met dien verstande dat deze film over het wonder van Duinkerken veel oprechter voelt dan Darkest Hour. De spectaculaire cameravoering en Christopher Nolans voornemen om zo min mogelijk met CGI te werken betalen zich uit. De ervaringen van de soldaten op het strand, de vliegeniers in de lucht en de burgerschippers op zee zijn op een bloedstollend geloofwaardige manier in beeld gebracht. De zinloosheid van de oorlog sijpelt merkbaar door de heroïek van de mythe heen. Kleine smet zijn de Hollywoodontknopinkjes aan het slot; na Duinkerken had het scherm prima op zwart gekund.

donderdag 25 januari 2018

Filmdagboek (78)


Das weisse Band (Michael Haneke, 2009)

●●●●○

Behalve masochisten kijkt niemand films van Michael Haneke twee keer. Voor Das weisse Band – Haneke's beste – maak ik een uitzondering, en dat zou iedereen moeten doen. In 1913 vinden in een Duits dorpje vreemde mishandelingen plaats zonder dat de daders worden ontdekt. De notabelen in het dorp staan voor een raadsel en hebben niet door dat deze misdaden misschien wel een straf zijn voor hun eigen wreedheid en hypocrisie. Strenge tucht, geweld verstopt onder burgerlijke deugdzaamheid: de historische implicaties zijn helder. Naast het tijdsbeeld is ook het acteerwerk ronduit verbluffend; de kindacteurs verdienen stuk voor stuk een Oscar.


Quills (Philip Kaufman, 2000)

●●●○○

De Markies de Sade als een lekker dwarse verdediger van de vrijheid van meningsuiting? Quills maakt hem veel te behapbaar door zijn minder welgevallige karaktertrekken zijn neiging tot verkrachting, marteling en pedofilie, om maar eens iets te noemen – weg te poetsen. Hierdoor blijft er een gezellige pornograaf over die vindt dat de verbeelding geen grenzen kent. Wie kan het daar nu mee oneens zijn? Nergens wordt duidelijk hoe compromisloos en nihilistisch De Sade en zijn werk zijn, wat het eindresultaat nogal tandeloos maakt. Jammer. Geoffrey Rush had een indringender script verdiend.


Three Billboards outside Ebbing, Missouri (Martin McDonagh, 2017)

●●●●○

Rouwende moeder Mildred Hayes windt er geen doekjes om. Als de lokale politie de moord op haar dochter niet snel genoeg oplost, begint ze een eenmanskruistocht waarbij ze woest om zich heen mept en zelfs molotovcocktails inzet om haar zin te krijgen. De zwart-komische toon is Frances McDormand op het lijf geschreven, en het is haar grote verdienste dat deze spijkerharde dame je vanaf de eerste minuut onbedaarlijk ontroert én laat schaterlachen tegelijk. Vergeet alle commentaren dat Three Billboards niet politiek correct genoeg is: humor die voortkomt uit de menselijke lelijkheid is nu eenmaal vaak het grappigst.