Een tijdje terug heb ik geamuseerd zitten kijken naar een aflevering van BNN's Spuiten en Slikken waarin een poging werd gedaan om een romantische pornofilm tot stand te brengen. In plaats van de gebruikelijke breedgeschouderde loodgieters, wellustige vrouwelijke klanten en de tot in detail in beeld gebrachte penetratie op de keukentafel, werd er gezocht naar een 'vrouwvriendelijker' format. Dat wil zeggen: een Mooi Belicht, Goed Geacteerd LiefdesVerhaal vol Emoties, gevolgd door, om met presentatrice Sophie Hilbrand te spreken, 'Geile Neukseks'. Ik heb helaas nooit gezien wat er van de filmplannen is geworden, maar ik heb het sterke vermoeden dat het goedbedoelde initiatief van Sophie en de haren op niets is uitgelopen. Romantische porno is namelijk, net als romantische seks überhaupt, een contradictio in terminis. Het is een paradoxale samenvoeging van twee sterk contrasterende ideologieën die voortkomen uit een eeuwenlange traditie van fantasieën over romantische liefde aan de ene kant en seksueel verlangen aan de andere kant. Het fundamentele verschil is dat de eerste fantasie de maximale subjectivering van de geliefde Ander tot doel heeft, terwijl de tweede juist gepaard gaat met een verlangen naar totale objectwording, zowel van degene die begeerd wordt als van het Zelf. De onoverbrugbare kloof tussen deze twee fantasieën zorgt volgens mij voor een fundamentele gespletenheid in het beeld van de moderne relatie – een gespletenheid die een welhaast schizofrene houding noodzakelijk maakt voor iedereen die aan dat beeld wil voldoen.
De ideologie van de monogame romantische liefde draait om wederzijdse zelfverwezenlijking. Het is de bedoeling dat de interactie met de geliefde zowel jou als die Ander verheft: je moet méér jezelf worden binnen de relatie door bepaalde goede eigenschappen te ontdekken of te versterken met behulp van de Ander. De Ander helpt jou om meer in harmonie te raken met je eigen persoonlijkheid door zijn/haar liefdevolle aandacht en onvoorwaardelijk respect voor wie jíj bent. De interactie tussen Zelf en Ander moet, kortom, het subjectzijn van beiden tot volle wasdom brengen. Het oorspronkelijke, egoïstisch gerichte Zelf moet overstegen worden door een groter, ruimhartiger Zelf: twee zielen vormen samen iets dat meer is dan de som der delen. De sleutelwoorden zijn Eigenheid, Saamhorigheid en Respect. In droge filosofische termen: het affectief-subjectieve potentieel van de Ander dient gemaximaliseerd te worden. Een steeds complexer wordende, almaar groeiende eigenheid-in-interactie is daarbij cruciaal.
Als we deze romantische ideologie naast de fantasieën over seksueel verlangen plaatsen wordt al snel duidelijk waar de schoen wringt. Binnen dit specifieke vertoog van seksueel verlangen, dat zich tegenwoordig uit in harde porno en op zijn minst terug te traceren is tot de Marquis de Sade, mag de Ander namelijk helemaal geen subject zijn. De ultieme opwinding wordt bereikt door die Ander te reduceren tot een puur object voor de verlangens van het Zelf. Idealiter wordt alle eigenheid van het lustobject uitgewist: het wordt volstrekt inwisselbaar voor een derde persoon of object met dezelfde status. De Ander is niet meer dan een penis, vagina, vinger, mond of anus die gebruikt kan worden voor het eigen genot (denk bijvoorbeeld aan de close-ups van de penetratie in harde porno, waarbij de rest van het lichaam wordt 'weggesneden'). Dit proces van objectivering wordt, bijvoorbeeld, uitgebreid beschreven Sades La Philosophie dans le boudoir (1795), waarin een groepje libertijnen een maagd wil ontdoen van haar beschaafde opvoeding om haar te reduceren tot een soort van 'neukmachine'. Dat deze fantasie óók voor het Zelf geldt en niet uitsluitend is voorbehouden aan pornografen, blijkt uit L'Amant van Marguerite Duras (1984). De hoofdpersoon van deze roman wil niet meer zijn dan één van de 'neukertjes' van haar Chinese minnaar: ze wil zich als een object aan hem prostitueren en hun affaire nooit meer laten worden dan seksueel verlangen.* Dat fantasieën over objectivering van de Ander nog steeds sterk aanwezig zijn, blijkt ook uit het feit dat één van de meest veelvoorkomende seksuele fantasieën nog altijd seks met een ander dan de vaste partner is. Daarbij gaat het niet om een specifieke ander, maar om een ander als zodanig: het is klaarblijk geil om de partner voor te stellen als iemand die volstrekt inwisselbaar is.
Wat uit bovenstaande voorbeelden blijkt, is dat dit specifieke vertoog rond seksueel verlangen gepaard gaat met een verlies van de eigen identiteit. Het Zelf en de Ander dienen (tijdelijk) genegeerd of zelfs volledig vernietigd te worden. Als diezelfde Ander volgens de ideologie van de romantische liefde een volstrekt uniek, bewonderenswaardig individu moet zijn, hoe is het dan mogelijk om hem of haar als lustobject te zien? Kun je 'respectvolle romantiek' even uitzetten? Of bestaat er toch zoiets als liefdevolle seks? Kun je iemand opwindend vinden puur omdat hij of zij die volledig unieke persoonlijkheid is en precies dat ene lichaam heeft met die specifieke kenmerken? Of ontkennen we daarmee de banale onverschilligheid van onze verlangens? Liegen we met z'n allen de boel bij elkaar en projecteren we de gewoonlijke en dus compleet inwisselbare lustobjecten (de perfecte tieten, de gespierde borstkas) over onze zogenaamd 'unieke' partners heen?
Als twee fantasieën op gespannen voet met elkaar staan, is het natuurlijk mogelijk om één bepaald verlangen te laten varen, of om (en ik geloof dat dit de meest gebezigde oplossing is) een compromis tussen beiden te forceren. Maar misschien is het ook tijd om eens kritisch naar dit soort fantasieën te kijken, ook al kunnen ze zich soms nog zo goed voordoen als de intiemste delen van onszelf. Past de 'romantische liefde' die we hebben overgeërfd van de negentiende-eeuwse bourgeoisie nog wel bij ons? En is ons onverschillige verlangen naar bepaalde standaard lustobjecten wel een biologisch gegeven of hebben we geleerd om zo onze seksualiteit te beleven? Daar zou ík Sophie Hilbrand nou wel eens een show over willen zien presenteren.
* = Met dank aan een analyse van Wilke Martens.
De ideologie van de monogame romantische liefde draait om wederzijdse zelfverwezenlijking. Het is de bedoeling dat de interactie met de geliefde zowel jou als die Ander verheft: je moet méér jezelf worden binnen de relatie door bepaalde goede eigenschappen te ontdekken of te versterken met behulp van de Ander. De Ander helpt jou om meer in harmonie te raken met je eigen persoonlijkheid door zijn/haar liefdevolle aandacht en onvoorwaardelijk respect voor wie jíj bent. De interactie tussen Zelf en Ander moet, kortom, het subjectzijn van beiden tot volle wasdom brengen. Het oorspronkelijke, egoïstisch gerichte Zelf moet overstegen worden door een groter, ruimhartiger Zelf: twee zielen vormen samen iets dat meer is dan de som der delen. De sleutelwoorden zijn Eigenheid, Saamhorigheid en Respect. In droge filosofische termen: het affectief-subjectieve potentieel van de Ander dient gemaximaliseerd te worden. Een steeds complexer wordende, almaar groeiende eigenheid-in-interactie is daarbij cruciaal.
Als we deze romantische ideologie naast de fantasieën over seksueel verlangen plaatsen wordt al snel duidelijk waar de schoen wringt. Binnen dit specifieke vertoog van seksueel verlangen, dat zich tegenwoordig uit in harde porno en op zijn minst terug te traceren is tot de Marquis de Sade, mag de Ander namelijk helemaal geen subject zijn. De ultieme opwinding wordt bereikt door die Ander te reduceren tot een puur object voor de verlangens van het Zelf. Idealiter wordt alle eigenheid van het lustobject uitgewist: het wordt volstrekt inwisselbaar voor een derde persoon of object met dezelfde status. De Ander is niet meer dan een penis, vagina, vinger, mond of anus die gebruikt kan worden voor het eigen genot (denk bijvoorbeeld aan de close-ups van de penetratie in harde porno, waarbij de rest van het lichaam wordt 'weggesneden'). Dit proces van objectivering wordt, bijvoorbeeld, uitgebreid beschreven Sades La Philosophie dans le boudoir (1795), waarin een groepje libertijnen een maagd wil ontdoen van haar beschaafde opvoeding om haar te reduceren tot een soort van 'neukmachine'. Dat deze fantasie óók voor het Zelf geldt en niet uitsluitend is voorbehouden aan pornografen, blijkt uit L'Amant van Marguerite Duras (1984). De hoofdpersoon van deze roman wil niet meer zijn dan één van de 'neukertjes' van haar Chinese minnaar: ze wil zich als een object aan hem prostitueren en hun affaire nooit meer laten worden dan seksueel verlangen.* Dat fantasieën over objectivering van de Ander nog steeds sterk aanwezig zijn, blijkt ook uit het feit dat één van de meest veelvoorkomende seksuele fantasieën nog altijd seks met een ander dan de vaste partner is. Daarbij gaat het niet om een specifieke ander, maar om een ander als zodanig: het is klaarblijk geil om de partner voor te stellen als iemand die volstrekt inwisselbaar is.
Wat uit bovenstaande voorbeelden blijkt, is dat dit specifieke vertoog rond seksueel verlangen gepaard gaat met een verlies van de eigen identiteit. Het Zelf en de Ander dienen (tijdelijk) genegeerd of zelfs volledig vernietigd te worden. Als diezelfde Ander volgens de ideologie van de romantische liefde een volstrekt uniek, bewonderenswaardig individu moet zijn, hoe is het dan mogelijk om hem of haar als lustobject te zien? Kun je 'respectvolle romantiek' even uitzetten? Of bestaat er toch zoiets als liefdevolle seks? Kun je iemand opwindend vinden puur omdat hij of zij die volledig unieke persoonlijkheid is en precies dat ene lichaam heeft met die specifieke kenmerken? Of ontkennen we daarmee de banale onverschilligheid van onze verlangens? Liegen we met z'n allen de boel bij elkaar en projecteren we de gewoonlijke en dus compleet inwisselbare lustobjecten (de perfecte tieten, de gespierde borstkas) over onze zogenaamd 'unieke' partners heen?
Als twee fantasieën op gespannen voet met elkaar staan, is het natuurlijk mogelijk om één bepaald verlangen te laten varen, of om (en ik geloof dat dit de meest gebezigde oplossing is) een compromis tussen beiden te forceren. Maar misschien is het ook tijd om eens kritisch naar dit soort fantasieën te kijken, ook al kunnen ze zich soms nog zo goed voordoen als de intiemste delen van onszelf. Past de 'romantische liefde' die we hebben overgeërfd van de negentiende-eeuwse bourgeoisie nog wel bij ons? En is ons onverschillige verlangen naar bepaalde standaard lustobjecten wel een biologisch gegeven of hebben we geleerd om zo onze seksualiteit te beleven? Daar zou ík Sophie Hilbrand nou wel eens een show over willen zien presenteren.
* = Met dank aan een analyse van Wilke Martens.

2 opmerkingen:
1. Past de 'romantische liefde' die we hebben overgeërfd van de negentiende-eeuwse bourgeoisie nog wel bij ons?
2. En is ons onverschillige verlangen naar bepaalde standaard-lustobjecten wel een biologisch gegeven of hebben we geleerd om zo onze seksualiteit te beleven?
Mijn antwoorden:
1. Ik denk het niet, want het streven naar romantiek is iets wat gebouwd is op een fantasie, iets onbereikbaars en het kan frustratie tot gevolg hebben. Zelfs al mocht je de ideale romantische film/boek relatie hebben, deze knapt op een gegeven moment (deze mate van romantiek) en laat je gedesillusioneerd achter.
Maar goed we schijnen er, menen groepen wetenschappers, universeel biologisch voor geprogrammeerd te zijn:
“Romantic attraction, it was concluded,
is a universal or near-universal human experience
(Jankowiak & Fischer, 1992), a conclusion that suggests
that romantic attraction is a distinct emotion–motivation
system in the hominid brain."
2. Wat betreft vraag 2 heb ik onder andere gevonden:
In Homo sapiens, for example, the male sex drive is stimulated to a
greater degree by visual stimuli than is the female sex drive
(Ellis & Symons, 1990); men use visual pornographic
materials of every kind more frequently than women do
(Laumann, Gagnon, Michael,&Michaels, 1994).Women
are more sexually aroused by romantic words, images, and
themes in films and stories (Ellis & Symons, 1990). It is
also likely that the male sex drive is more constant while
the female sex drive is more periodic but more intense;
the male sex drive is focused more directly on copulation
while the female sex drive is embedded in a wider range
of stimuli; and women express more bisexuality than do
men.”
Heftige visuele stimuli werken bij mannen dus zeer sterk op de hersenactiviteit. Echter, dit betekent nog niet dat dit altijd zo is geweest. Wellicht is dat sinds de opkomst van deze vormen van zelfvoldoening of misschien is het al zeer lang geïntegreerd in ons systeem (en uit het zich nu via pornografie)?
Bron:
Fisher, H.E., A. Aron, D. Mashek, H. Li, and L. L. Brown. (2002). Defining the Brain Systems of Lust, Romantic Attraction, and Attachment. Archives of sexual behavior, Vol. 31, pp. 413-419.
Zo, een psychologisch onderbouwde reactie! Daar ga ik even voor zitten...
Wat betreft puntje één: ik sta zeer wantrouwig tegenover een begrip als "universeel" (alsook tegenover begrippen als "biologisch" en "geprogrammeerd", for that matter)... waarmee ik niet probeer te zeggen dat er geen biologische factoren ten grondslag kunnen liggen aan de romantische liefde, maar hoe we de "biologie" precies vertalen naar een bepaalde relatievorm is iets wat volgens mij zeer sterk cultureel bepaald wordt. Ik kan me niet voorstellen dat men in Mongolië hetzelfde over seks, romantiek en huwelijk denkt als in, bijvoorbeeld, Frankrijk - en ik denk dat mijn vlugge analyse alleen in het laatste geval opgeld doet. Die desillusie waar je het over hebt bewijst, volgens mij, mijn punt: onze culturele fantasieën over de liefde komen nauwelijks overeen met hoe het in de praktijk werkt.
Punt twee is een goede aanvulling, want ik heb te weinig rekening gehouden met een vrouwelijk perspectief. Is wat De Sade wil wel hetzelfde als wat Marguerite Duras wil? Vermoedelijk niet. Vrouwen hebben een hele andere seksualiteitsbeleving die minder 'visueel' gericht is - dus dan is er kennelijk toch iets 'buiten-visueels' wat opwindend werkt. Wellicht gaan, vanuit een vrouwelijk oogpunt, romantiek en seks dan toch samen...!
Een reactie posten