Arthur Schnitzlers Traumnovelle (1926) is volgens de achterflap een boek over "het geweld en de verdorvenheid die op de loer liggen onder de oppervlakte van de beschaafde maatschappij." Deze beknopte karakterisering volgt op een vergelijking met Schnitzlers eerdere stuk Reigen (1900), een toneelstuk over seks dat "te schandaalgevoelig" was om in Schnitzlers eigen tijd opgevoerd te worden. En mocht u als lezer nu nóg niet verlekkerd genoeg kijken: Schnitzler was ook nog eens tijdgenoot van Freud! Wie deze sensationele aankondiging leest, verwacht op zijn minst een pornografische roman van het kaliber De Sade. Niets is echter minder waar. Voor de goede verstaander is het belangrijkste thema van Traumnovelle juist het instituut dat seksuele verlangens in goede banen moet leiden: het monogame huwelijk.
De novelle begint als de arts Fridolin en zijn vrouw Albertine elkaar hun seksuele fantasieën opbiechten. Ze doen dit omdat ze zich beiden, op het gemaskerde bal van de vorige avond, aangetrokken voelden tot anderen. Hoewel het onschuldige flirts waren, proberen man en vrouw elkaar jaloers te maken. Dit steekspel leidt al snel tot een serieuzere bekentenis van Albertine: ze vertelt hoe ze tijdens hun laatste zomervakantie hevig verlangde naar een Deense matroos die in hetzelfde hotel logeerde. Als die matroos haar had gewild, had ze zonder enige aarzeling Fridolin en haar dochter verlaten. En toch, zo vertelt ze, heeft ze nooit méér van Fridolin gehouden dan op dat moment, toen ze volledig bereid was hem te laten gaan. Hoewel Fridolin een soortgelijke bekentenis probeert te doen over een mooi vijftienjarig meisje, blijkt vanaf dat moment dat de machtsverhouding in de relatie is verschoven. Als Albertine later op de avond ook nog eens droomt dat zij seks heeft met de Deense zeeman – of misschien zelfs met vele, vele andere mannen – terwijl Fridolin gekruisigd wordt, is de laatste zo gepikeerd dat hij door nachtelijk Wenen gaat dwalen.
De zwerftocht van Fridolin kan het best beschreven worden als een aaneenschakeling van mislukte seksuele ontmoetingen. De dochter van een overleden patiënt verklaart hem de liefde; hij vlucht. Een prostituee biedt zich aan, maar Fridolin wijst haar uiteindelijk af. Hij is er getuige van hoe de eigenaar van een kostuumwinkel zijn dochter betrapt met twee perverselingen. Tenslotte belandt hij als indringer op een decadent privéfeest, waar een halfnaakte gemaskerde vrouw hem gek maakt van begeerte. Uiteindelijk wordt hij ontmaskerd als indringer en moet zijn object van begeerte hem redden door zijn straf op zich te nemen. De volgende dag leest Fridolin over een verdachte zelfmoord in de krant en vreest meteen dat dit "zijn" gemaskerde schoonheid is. Hij gebruikt zijn status als dokter om toegang te krijgen tot het lijk in het mortuarium, maar kan niet met zekerheid vaststellen of dit de mysterieuze vrouw van de vorige avond is.
Hoewel de precieze status van Fridolins avonturen nooit opgehelderd wordt – vinden ze echt plaats of droomt hij alles? – worden ze duidelijk in gang gezet door Albertines seksuele fantasieën. Hij kan haar niet meer onder ogen komen en vlucht de nacht in. Op een bepaald moment is zijn afkeer zelfs zo groot dat hij zich voorneemt om haar te verlaten: hij noemt haar een harteloze, wrede feeks. Dit alles komt voort uit Fridolins onvermogen om de verborgen verlangens van zijn vrouw aan te horen. Maar wat stoort hem nu precies aan die fantasieën?
Het probleem is een aantasting van zijn mannelijke identiteit. Zowel in Albertines eerste bekentenis als in haar droom is Fridolin een machteloze, passieve figuur. In haar fantasiewereld houdt ze alleen nog van hem uit medelijden, en lacht hem uit als hij terechtgesteld wordt – terwijl zij zichzelf aan anderen geeft. Een hulpeloze Fridolin windt haar op en wekt haar liefde. Dat is het burgerlijk ideaalbeeld van de man op zijn kop. Zijn macht en daadkracht worden hem ontnomen; hij wordt object van sadistisch verlangen. In essentie is Fridolin tijdelijk ontmand. Het is diezelfde machteloosheid die alle vluchtige verlangens tijdens zijn nachtelijke strooptocht op niets doet uitlopen. De scène waarin de gemaskerde vrouw zich voor hem opoffert, bevestigt dat nog eens: zijn lot als man ligt volledig in handen van een vrouw.
Het probleem is een aantasting van zijn mannelijke identiteit. Zowel in Albertines eerste bekentenis als in haar droom is Fridolin een machteloze, passieve figuur. In haar fantasiewereld houdt ze alleen nog van hem uit medelijden, en lacht hem uit als hij terechtgesteld wordt – terwijl zij zichzelf aan anderen geeft. Een hulpeloze Fridolin windt haar op en wekt haar liefde. Dat is het burgerlijk ideaalbeeld van de man op zijn kop. Zijn macht en daadkracht worden hem ontnomen; hij wordt object van sadistisch verlangen. In essentie is Fridolin tijdelijk ontmand. Het is diezelfde machteloosheid die alle vluchtige verlangens tijdens zijn nachtelijke strooptocht op niets doet uitlopen. De scène waarin de gemaskerde vrouw zich voor hem opoffert, bevestigt dat nog eens: zijn lot als man ligt volledig in handen van een vrouw.
Toch gaat Traumnovelle niet over een huwelijk dat stuk gaat doordat de man de geheime verlangens van zijn vrouw niet kan verwerken. De verstoorde balans wordt op de laatste pagina's weer hersteld – met een nieuwe bekentenis. Als Fridolin na zijn lange werkdag weer thuiskeert, ligt Albertine al op bed. Naast haar, op Fridolins kussen, prijkt het masker waarmee hij incognito het seksfeest is binnengedrongen. Met dit kleine, speelse gebaar van Albertine - ik weet dat er iets aan de hand is, maar ben bereid je te vergeven – breekt Fridolin. Hij barst in snikken uit, maakt zijn vrouw wakker en vertelt haar alles wat hem is overkomen. Albertine hoort hem roerloos aan, zonder onderbreken. Aan het einde van zijn relaas, wanneer hij haar vraagt wat nu te doen, antwoordt zij dat ze dankbaar moeten zijn: ze hebben hun echte én hun gedroomde avonturen zonder kleerscheuren doorstaan. Dan volgt de sleutelzin uit het boek. Albertine stelt dat "de realiteit van één nacht of zelfs van een heel mensenleven nooit de volledige waarheid over iemands diepste wezen kan bevatten."
Met deze uitspraak erkent Albertine dat er een deel van de menselijke geest is dat principieel onkenbaar is: er schuilt een waarheid achter het dagelijkse masker die nooit in volle omvang gekend zal worden. De enige manier om met (delen van) die pijnlijke waarheid om te gaan, is elkaar zo welwillend mogelijk aan te horen. Om een complexe, intieme relatie zoals een huwelijk in stand te houden, is een voortdurend ritueel van bekennen en vergeven noodzakelijk. Alleen dan kan er een leefbare balans gevonden worden tussen grensoverschrijdende verlangens en monogame geborgenheid. Dat is de les die Fridolin moet leren en de wijsheid die Albertine in pacht heeft. Meer nog dan een shockerend verhaal over seksuele verdorvenheid is Traumnovelle uiteindelijk een onthutsend eerlijk boek over de liefde.
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten