The Lion King (Roger Allers & Rob Minkoff, 1994)
●●●●○
Ik heb altijd een zwak gehad voor Scar. Wellicht is het zijn Britse welbespraaktheid, of het feit dat hij zo duidelijk intellectueel superieur is aan de rest. Hoe dan ook, het mag een wonder heten dat Simba überhaupt wint aan het eind. Disneys versie van Hamlet houdt – anders dan Hercules – wél de essentie van het bronmateriaal overeind en dat betaalt zich direct uit. Behalve grappig en prachtig geanimeerd is The Lion King namelijk ook ontroerend en betekenisvol. Niet alles in het leven is rozengeur en maneschijn; dat weten kinderen heus wel. Zo. En dan ga ik nu weer "Be Prepared" zingen.
Barry Lyndon (Stanley Kubrick, 1975)
●●●●●
Traag, afstandelijk, formeel: de oorspronkelijke kritieken waren niet mals voor Stanley Kubricks Barry Lyndon. Zaten die mensen er even naast. Barry Lyndon is een meesterwerk – Kubricks beste, wat mij betreft. Door de briljante compositie en belichting heeft zowat ieder shot de kwaliteiten van een schilderij. En als die zogenaamde 'onderkoeldheid' van de film iets doet, dan is het wel de emoties van de weeromstuit tot grote hoogte stuwen, als een kille geliefde die haar aanbidder tot waanzin drijft. Händel en Schubert worden zo briljant als leitmotiven gebruikt dat de muziek speciaal voor de film geschreven lijkt – of is het eigenlijk andersom?
Mr. Holmes (Bill Condon, 2015)
●●●○○
Mr. Holmes is wat je noemt een verzorgde film. Mooi gedraaid, mooi geacteerd, maar ook saaiig en neigend naar totale overbodigheid. Ian McKellen speelt Sherlock Holmes als dementerende negentiger die zich wanhopig zijn laatste zaak probeert te herinneren. Helaas is Holmes vooral interessant op de toppen van zijn kunnen en maakt McKellen hem – in tegenstelling tot Jeremy Brett, wat mij betreft de definitieve Holmes-vertolker – veel te sympathiek. Zwakste punt is de plot, die Holmes om onbegrijpelijke redenen naar het naoorlogse Hiroshima voert. Al die creatieve vrijheden maken de grote detective nagenoeg onherkenbaar.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten