Sunset Boulevard (Billy Wilder, 1950)
●●●●●
Billy Wilders cynische kijk op Hollywood kon destijds niet iedereen bekoren – filmproducent Louis B. Mayer wilde hem zelfs "met pek en veren" de stad uitjagen – maar inmiddels heeft dit meesterwerk terecht een vaste plek aan het firmament. Sunset Boulevard is eerst en vooral de film van Gloria Swanson, die in haar rol als de uitgerangeerde filmster Norma Desmond het perfecte evenwicht vindt tussen grootheidswaan, vergane glorie en kwetsbaarheid. Haar oneliners kunnen stuk voor stuk op een tegeltje. Niet dat dat nodig is, want iedereen kan ze zo opdreunen. Toch? En zo nee: ga je schamen.
12 Angry Men (Sidney Lumet, 1957)
●●●●○
Een jongen wordt beschuldigd van de moord op zijn vader. Elf juryleden geloven in zijn schuld, een van hen (Henry Fonda) twijfelt. De ontknoping laat zich raden, maar desondanks is het ongemeen spannend om te zien hoe ze er komen. Fonda pulkt aan de feiten tot het hele relaas wankelt, terwijl enkele van zijn collega's persoonlijke vooroordelen blijken te hebben. De camera zit de twaalf mannen dicht op de huid en registreert genadeloos alle zweetplekken. Regisseur Sidney Lumet creëert zo een claustrofobisch sfeertje dat geen moment doorbroken wordt. Knap, zeker als je bedenkt hoe toneelmatig de film eigenlijk is.
Psycho (Alfred Hitchcock, 1960)
●●●●●
De eerste en ook de beste slasherfilm: laat het maar aan Hitchcock over om een genre uit te vinden en meteen overbodig te maken. Wat een briljante zet om je ogenschijnlijke hoofdrolspeelster na een halfuur te laten vermoorden, en wat een brutaliteit om de kijker vervolgens te dwingen zich met Norman Bates te identificeren. Psycho blijkt uiteindelijk een fascinerende freudiaanse puzzel te zijn. Anthony Perkins speelt de rol van zijn leven, en Bernard Herrmann componeerde zijn zoveelste legendarische soundtrack. Snerpende strijkers zouden hierna altijd symbool staan voor verwrongen geesten.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten