donderdag 21 mei 2009

Norvège douze points

*

Als de Telegraaflezers ergens de pee in hebben, betekent dat meestal goed nieuws voor de lezers van andere kranten. Ook dit keer is dat het geval, zo blijkt:

De uitschakeling van onze Toppers op het Eurovisie Songfestival was volgens het overgrote deel van onze internetlezers te wijten aan het Oostblok dat alleen maar op elkaar zou stemmen. Op de vraag: Moet Nederland mee blijven doen aan het Eurovisie Songfestival? antwoordde 90 procent van de ruim 7000 stemmers met: Nee, het blijft toch een Oostblokfeestje. Slechts 10 procent koost [sic] voor de optie: Ja, we zullen ooit wel in de finale halen [sic]. Ook Een Vandaag liet een onderzoek doen naar de vraag of we nog wel mee moeten doen met het songfestival. Ook daar vindt twee derde van de ondervraagden dat we niet meer dat we [sic] mee moeten doen.

"Onze" Toppers, die verkleed als discoballen het Eurovisie Songfestival dachten te gaan winnen, zijn weggestemd door de Balkan. Dat tien van de schamele elf punten die Gordon en de zijnen bijeen hebben gesprokkeld uit Albanië afkomstig waren, zullen we voor het gemak maar even vergeten. Opiniepeilingen hebben we nodig: wat vindt De Nederlander van deze publieke vernedering? Zoals bij iedere volksraadpleging is de uitkomst ook nu maar al te voorspelbaar. Weg met het Songfestival! Weg met Oost-Europa! "Wij" Nederlanders doen lekker niet meer mee.

Het Songfestival, een kermis vol clichématige popriedeltjes, is vreemd genoeg het onderwerp geworden van een culturele machtsstrijd. Allerlei lagen van de Europese bevolking trachten met het festival als wapen hun groepsidentiteit te verdedigen: homo's, Oostblokkers én bange Westerlingen. De tactieken variëren van extatische kitsch en onverbloemd folklorisme tot nostalgie en klagerij over corrupt stemgedrag, maar ze hebben allemaal één ding gemeen: het Songfestival wordt gebruikt om een "Wij" af te zetten tegen een als bedreigend ervaren "Zij." Al met al toch geen onaardige politieke status voor een liedjeswedstrijd die bijna alle muzikale waarde verloren lijkt te hebben. Het Songfestival is een mythe geworden zoals Roland Barthes die ooit beschreef - een teken dat de ideologie van de bourgeoisie uitdraagt maar tegelijkertijd die ideologie onzichtbaar probeert te maken door haar als iets natuurlijks te presenteren. Het festival vertelt ons namelijk dat muziek een consumptiegoed is, iets wat gebruikt kan worden om onze superioriteit ten opzichte van anderen te bepalen. Alles draait om Geld en Status, de kardinale deugden van het burgerlijk kapitalisme. In feite heeft het Songfestival maar één functie: de muziek ontdoen van alles wat haar tot kunst maakt.

Moeten we dan onze stem verheffen en om afschaffing roepen? Natuurlijk niet. Voor iedereen die camp weet te waarderen, is het Songfestival een waar festijn. Ik ken nauwelijks vermakelijkere uitbarstingen van de wansmaak. Waar anders neemt de Oekraïense Madonna het op tegen de Turkse Shakira, de Belgische Elvis, de Deense Ronan Keating en de echte Andrew Lloyd Webber? Bij welk ander evenement betreden steltlopers, schaars geklede centurions en kunstschaatsers zonder blikken of blozen na elkaar het podium? En zijn er ergens ter wereld incompetentere lieden te vinden dan Songfestivalpresentatoren? Omwille van dit soort traktaties zou ik bijna iedere foute ideologie voor lief nemen. Eurovision douze points!

***

Dit jaar is het festival met overmacht gewonnen door Noorwegen. Acceptabel, maar alleen omdat het een jongen met een viool is. Het spreekt natuurlijk voor zich dat de onovertroffen Patricia Kaas had moeten winnen.

Geen opmerkingen: