donderdag 3 februari 2011

Ripley Revisited


Waarom voelen we ons aangetrokken tot bepaalde boeken?

Dat lijkt een heel particuliere vraag: een vraag naar smaak, eigenheid. Toch komen veel lezers niet verder dan een willekeurige graai uit de bak met platitudes: “ik kon er helemaal in meegaan”, “het is zo mooi geschreven”, of de ultieme dooddoener “het was héél herkenbaar”. De persoonlijke ervaring gaat dan verloren in het cliché. Je zou vermoeden dat professionele lezers  recensenten en wetenschappers  het er beter vanaf brengen, maar schijn bedriegt. Ze hebben alleen andere bakken met platitudes: "beeldschoon en alledaags tegelijk", "Shakespeare speelt hier een virtuoos spel met de conventies van de wraaktragedie" of "Eco beschrijft prachtig de paranoia die het deconstructivistische principe van oneindige semiose veroorzaakt". Het klinkt heel diepzinnig, maar in feite staat er alleen dat het verhaal in kwestie voldoet aan een bepaalde poëtica. Waarom het precies zo'n indruk maakt op de lezer blijft gissen.

Is het mogelijk om te beschrijven wat een verhaal met je doet zonder in clichés te vervallen? Ik ga een poging doen met The Talented Mr Ripley (1956) van Patricia Highsmith – een psychologische thriller en misschien geen literatuur met een grote L, maar wél een boek dat me tot op heden niet heeft losgelaten. De belangrijkste vraag is hoe het komt dat dit verhaal specifiek voor mij geschreven lijkt. Met andere woorden: hoe vind ik mijzelf terug in Tom Ripley?

In The Talented Mr Ripley wordt de gelijknamige hoofdpersoon door scheepsmagnaat Herbert Greenleaf benaderd om zijn zoon Dickie terug te halen uit Italië. Die laatste leidt daar een zorgeloos rijkeluisleventje in het kustplaatsje Mongibello en heeft alle ambitie om zijn vader op te volgen laten varen. Tom is onmiddelijk jaloers:

Dickie was lucky. What was he himself doing at twenty-five? Living from week to week. No bank account. Dodging cops now for the first time in his life. He had a talent for mathematics. Why in hell didn't they pay him for it, somewhere? Tom realized that his muscles had tensed, that the matchcover in his fingers was mashed sideways, nearly flat. He was bored, God-damned bloody bored, bored, bored! (9)

Dit is geen klaagzang over sociaal onrecht. Tom voelt zich miskend door het systeem, maar hij verzet zich er niet tegen. Zijn voortdurende geldnood roept ook geen bezorgdheid op, maar iets totaal anders: verveling. Een dodelijke, afstompende verveling. Dat is wat Tom koste wat kost wil ontvluchten. Die angst voor verveling en, vice versa, zijn voortdurende verlangen naar het nieuwe, het andere, naar wat er nog méér is, is wat hem drijft. 

Eenmaal in Italië aangekomen raakt Tom hopeloos gefascineerd door Dickie's wereld: veel ledigheid, weinig verantwoordelijkheid en geld als water. Dickie ligt op het strand, zeilt wat rond met zijn boot, houdt zijn vriendin Marge aan het lijntje, maakt uitstapjes naar Rome, Capri en de Alpen. Tom ziet al snel in dat zijn missie zinloos is. Zo'n leventje zou niemand vrijwillig opgeven. Dickie vertegenwoordigt alles waar hij zelf naar verlangt: de vrijheid om te doen en te laten waar je zin in hebt. Hij doet er dan ook alles aan om Dickie voor zich te winnen en Marge uit de buurt te houden, wat Marge (onterecht) doet vermoeden dat Tom wel eens homoseksueel zou kunnen zijn. Dickie laat zich echter niet claimen, ook niet door Tom. Op het moment dat de illusie van hun vriendschap uit elkaar spat, blijkt dat Tom nóg een grote angst heeft:

He stared at Dickie's blue eyes that were still frowning, the sun-bleached eyebrows white and the eyes themselves shining and empty, nothing but little pieces of blue jelly with a black dot in them, meaningless, without relation to him. You were supposed to see the soul through the eyes, the one place you could look at another human being and see what really went on inside, and in Dickie's eyes Tom saw nothing more than he would have seen if he had looked at the hard, bloodless surface of a mirror. Tom felt a painful wrench in his breast, and he covered his face with his hands. It was as if Dickie had been suddenly snatched away from him. They were not friends. They didn't know each other. It struck Tom like a horrible truth, true for all time, true for the people he had known in the past and for those he would know in the future: each had stood and would stand before him, and he would know time and time again that he would never know them, and the worst was that there would always be the illusion, for a time, that he did know them, and that he and they were completely in harmony and alike. (78)

Tom heeft een wezenlijke behoefte aan echt contact: hij wil één kunnen worden met een ander, in harmonie en in volstrekte gelijkheid. Dat lijkt misschien vreemd voor iemand als Tom Ripley. Hij veracht en manipuleert immers de meeste mensen die hij tegenkomt en bewondert alleen diegenen die ook naar absolute vrijheid van handelen streven. Desondanks is samenvallen met een ander, iemand door en door kennen, een diepgewortelde wens. Het bange vermoeden dat zo'n relatie altijd een illusie zal blijven is voor hem dan ook ronduit traumatisch. Tot hij beseft dat er een andere manier is om zijn doel te bereiken: zelf die ander worden. Tijdens een uitstapje naar San Remo vermoordt Tom Dickie, laat diens lijk verdwijnen en neemt zijn identiteit aan.

Tom kleedt en gedraagt zich als Dickie, vervalst zijn handtekening om cheques te kunnen verzilveren, en geeft zich tegenover alle mensen die hem niet als Tom Ripley kennen uit voor Dickie Greenleaf. Al reizend door Italië geniet hij van zijn rol en zijn nieuwe vrijheid, terwijl hij met in Dickie's naam getypte brieven probeert om Marge en Greenleaf Sr om de tuin te leiden. Wat volgt is een kat-en-muisspel tussen Tom, de politie en Dickie's vrienden en familie: komt Tom weg met zijn maskerade en zijn razendsnelle schakelen tussen twee verschillende levens?

Highsmiths boek is twee keer verfilmd: eerst als Plein soleil (1960) met Alain Delon als Ripley, daarna als The Talented Mr. Ripley (1999) met Matt Damon in de titelrol. Grappig genoeg is de figuur Ripley in beide films volstrekt anders ingevuld dan in het boek. In de Franse film wil Ripley voornamelijk tot de rijke bovenklasse behoren. De Amerikaanse versie daarentegen maakt er het verhaal van een onbeantwoorde homoseksuele liefde van; de moord gebeurt in een opwelling.

Wat maakt The Talented Mr Ripley nu zo persoonlijk  en, zo zou ik willen toevoegen, zo huiveringwekkend? Ik deel Toms fundamentele angst: de angst dat, ondanks al onze ontsnappingspogingen, existentiële eenzaamheid en verveling de onvermijdelijke realiteit zijn van het menselijk bestaan. Daardoor wordt Tom Ripleys nietsontziende hunkering naar de Ander en naar het Nieuwe voor mij invoelbaar - ook al is hij een moordenaar en een sociopaat. Het personage Ripley verbeeldt een irrationele wensdroom: de verveling bestrijden zonder je te laten tegenhouden door je geweten, de eenzaamheid ontvluchten door je het leven van een ander toe te eigenen. ["It was impossible to be lonely or bored, he thought, so long as he was Dickie Greenleaf" (106).] Moreel gezien is Ripleys gedrag volkomen verwerpelijk, maar daardoor juist ook onweerstaanbaar aantrekkelijk. Daarom komt het verhaal zo angstaanjagend dichtbij: neem mijn geweten weg, en ik zou best een Tom Ripley kunnen zijn.

The Talented Mr Ripley is niet alleen een verhaal dat uitnodigt tot identificatie, maar dat identificatie tegelijkertijd problematiseert: wanneer wordt de grens tussen Zelf en Ander overschreden en vallen integriteit en eigenheid weg? Highsmith laat genadeloos zien wat er gebeurt als het verlangen naar identificatie te heftig wordt. Twee mensen kunnen namelijk maar op een manier volledig samenvallen: als een van beiden eerst wordt uitgewist.

Geen opmerkingen: