maandag 26 september 2011

Blijf kijken


Waarom zijn kunsthistorische publicaties altijd zo saai? Omdat de auteurs braaf ieder schilderij binnen een artistiek ontwikkelingsproces plaatsen? Vanwege de eindeloze (en vaak dodelijk vervelende) beschrijvingen van technische details? Of zijn het eerder de oppervlakkige verbanden met 'de' historische context die zulke boeken onleesbaar maken?

Mijn hypothese: kunstgeschiedenis is zo saai omdat de kenners, vaak uit een misplaatst gevoel van wetenschappelijkheid, voorbijgaan aan de intensiteit van de indruk die een schilderij maakt. Nog voor we een doek goed en wel bekeken hebben, is alles wat zo'n doek vermag al ingekapseld door een stortvloed aan informatie. Daarmee verdwijnt de belangrijkste kwaliteit van de schilderkunst uit beeld: de schok, oftewel de visuele impressie die vooraf gaat aan iedere vorm van interpretatie. Kunsthistorici zijn eigenlijk net als de gemiddelde museumbezoeker: ze kijken eerst naar het bordje met het onderschrift en daarna pas naar het werk zelf.

Waarom is Caravaggio mijn favoriete schilder? Niet omdat hij de barokke schilder bij uitstek is, of omdat hij zo vernuftig gebruik maakt van clair-obscur, maar omdat zijn werk altijd indruk maakt—letterlijk. Ieder schilderij van Caravaggio dat ik heb gezien, heeft zich in mijn geheugen geprent alsof het de glimlach van een geliefde is. Daarmee bedoel ik dat een schilderij net zo aanlokkelijk, overdonderend en beangstigend kan zijn als je eigen verlangens.

Neem het schilderij hierboven (klik hier voor de grote versie). Wat zien we? Drie oudere mannen buigen zich naar een jongere man. Al hun blikken zijn gericht op de wond—de opening—in de zij van de laatste, waarin een van hen zijn vinger steekt. De jongere man houdt zijn hand tegen, of duwt de vinger misschien wel voorzichtig naar binnen. De verbazing is van de drie oude gezichten af te lezen; de rimpels staan in de neuzen en de voorhoofden gegroefd, de ogen zijn wijd opengesperd. De jongere man, daarentegen, kijkt buitengewoon sereen.

Het detail van de vinger in de wond blijft de aandacht trekken. Het is zowel erotisch geladen (het suggereert immers lichamelijke intimiteit en zelfs penetratie) als afstotelijk (er lijkt een perverse, welhaast morbide interesse in het binnenste, het geschonden vlees van de ander uit te spreken). Het detail herhaalt zich over het hele schilderij. Als we naar de kleding van de afgebeelde figuren kijken, zien we overal vouwen en plooien die geaccentueerd worden door het scherpe licht-donker contrast. De golvende stoffen verhullen maar beloven tegelijkertijd onthulling, net zoals de 'plooi' in het lichaam van de man. Het verregaande realisme van de voorstelling belooft bovenal tastbaarheid.

Als ik nu meteen had gezegd dat dit schilderij Het ongeloof van de Heilige Thomas heet en er deze Bijbelpassage onder had gezet, was de kans groot geweest dat we het ongemakkelijke aspect van het schilderij weg hadden geredeneerd. Het is immers een bekende religieuze voorstelling: de discipel Thomas weigert te geloven dat Jezus is opgestaan uit de dood, waarop Jezus hem zoals gevraagd het fysieke bewijs toont. Hij voegt er meteen aan toe dat ware gelovigen dat bewijs niet nodig zouden moeten hebben. Thomas' twijfel en zijn verlangen om het wonder met eigen ogen te zien zijn in die zin godslastering.

Echter, nu ik de Bijbeltekst ná het schilderij bekijk valt me iets op. In de Schrift staat namelijk nergens dat Thomas zijn vinger ook daadwerkelijk ín Jezus' wond stopt. Zeker, Thomas stelt als voorwaarde voor zijn geloof in de wederopstanding dat hij zijn hand in Christus' zijde wil steken, en Jezus beveelt hem ook om precies dat te doen, maar er staat niet onomwonden dat Thomas doet wat hem opgedragen wordt. Hij antwoordt direct: "Mijn Heere en mijn God!" Het fysieke contact is klaarblijkelijk helemaal niet nodig om tot inkeer te komen.

Toch beeldt Caravaggio Thomas af met zijn vinger in Christus' zij. De hele voorstelling is onthutsend fysiek geworden, zeker als je beseft dat het oorspronkelijke Bijbelverhaal in feite gaat over geloven zonder enig zintuiglijk bewijs. Het licht valt op de glanzende voorhoofden van de discipelen, op de lijnen in hun gezichten, op hun uitdunnende haar; op de borstpartij van Christus, op zijn oorschelp, op zijn linkerschouder, op zijn tepel. Al die lichamelijke details lichten op tegen de duistere achtergrond en krijgen hierdoor nog meer nadruk. Binnen het christelijk geloof is altijd geworsteld met de dubbele natuur van Christus (mens én God), maar Caravaggio onderstreept hier zonder meer het eerste aspect. Christus is een mens en heeft een lichaam; een lichaam vol kleine moedervlekken, zelfs, en een krullende haarlok die hij achter zijn oor stopt. Er is nauwelijks enige heiligheid in de voorstelling te ontdekken: geen aureool, geen ondubbelzinnig goddelijk licht van 'boven', geen symbolen om Jezus of de apostelen te identificeren.

Wat doet dit alles met mijn interpretatie van het schilderij? Op het wat meer letterlijke vlak kan ik zeggen dat wat mij raakt—dat wat zich al aankondigde de eerste keer dat ik Thomas zag—het ontzag (de liefde én de angst) voor het lichaam van de ander is. Het is een machtig beeld voor de dubbelheid van erotiek. Op het religieuze vlak zie ik een commentaar op de Bijbel: is Thomas' twijfel, zijn verlangen om eerst te zien en te voelen, eigenlijk wel zo verwerpelijk? Schuilt het grootste wonder wellicht niet in blind geloof, maar juist in de materie—in de lichamen die de basis vormen van ons bestaan? Als wij geschapen zijn naar Gods evenbeeld, hebben wij dan niet de plicht Hem te leren kennen in al Zijn verschijningsvormen? Dat is misschien wel de ultieme betekenis van de aanmoedigende hand van Christus: zalig zijn zij, die eerst onderzoeken en dan geloven.

Dit is waarom ik Caravaggio zo onovertroffen briljant vind—omdat zijn werk je dwingt te blijven kijken.

2 opmerkingen:

Snel© zei

Goed stuk. Is het de hand van Jezus die de tastende vinger tegenhoudt? Het zou ook nog de achterste apostel kunnen zijn, nietwaar?

Stefan zei

Nu je het zegt: die twee handen zijn nogal gek. De hand van de apostel lijkt door de schaduw op de mantel haast te 'zweven', en die hand van Jezus hoeft inderdaad niet per se van hem te zijn (al is hij wel de meest logische kandidaat: het is namelijk een linkerhand). Zo zie je maar: blijven kijken.