Star Trek: Nemesis (Stuart Baird, 2002)
●●○○○
Ongeïnspireerd allegaartje vol wanhopig kijkende Next Generation-acteurs die het allemaal ook niet meer weten. Allerlei plotjes uit de serie worden gerecycled: Picard blijkt nog een nakomeling te hebben die zonder zijn medeweten is verwerkt, Data vindt na Lore een tweede verwaarloosde broer en Deanna Troi wordt maar weer eens mentaal aangerand. Behalve een vermoeide zucht sorteert dit soort kunstgrepen geen enkel effect, en dus vallen de makers terug op actiescènes – die vervolgens zo langdradig zijn dat ze op hun beurt weer slaapverwekkend worden. Die aartsvijand uit de titel is stiekem gewoon de versleten franchise.
Torn Curtain (Alfred Hitchcock, 1966)
●●●○○
Julie Andrews is geen typische leading lady voor Hitchcock: te opgeruimd, te hartelijk en zonder ook maar een zweem van mysterie. Hij kreeg haar opgedrongen door de studio, net als Paul Newman overigens, en Hitchcocks desinteresse heeft duidelijk zijn uitwerking gehad op de rest van de film. Torn Curtain sleept behoorlijk voor een spionagethriller, en het zijn juist de bijrolspelers die de show stelen in veelal overbodige maar desondanks vermakelijke scènes. Wolfgang Kieling is een fantastisch lugubere DDR-agent, Ludwig Donath een heerlijk stereotype atoomgeleerde en Lila Kedrova maakt van haar Poolse gravin een ontroerende diva.
Pinocchio (Norman Ferguson e.a., 1940)●●●○○
Deze klassieker eindigt vaak bovenaan in ranglijstjes van beste Disneyfilms, maar hij viel me een beetje tegen toen ik 'm na een jaar of vijfentwintig weer eens keek. Visueel is het zeker een hoogstandje: Gepetto's koekoeksklokken die in concert afgaan zijn een feest om te zien, en de sequentie met de walvis is precies zo spectaculair als in 1940. Wat wel verouderd aanvoelt, is het opgeheven vingertje waarmee Pinocchio is gemaakt. Niet liegen, niet roken, niet biljarten, niet naar de kermis, braaf naar school: nieuwsgierigheid en avontuur waren er kennelijk niet bij voor kinderen in de jaren veertig.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten