donderdag 26 juli 2012

Stemverklaring van een zwevende kiezer



***
Change? Yes, we must change, only show me the Theory, and I will be at the barricades, show me the book of the next Beautiful Theory, and I promise you these blind eyes will see again, just to read it, to devour that text. Show me the words that will reorder the world, or else keep silent.
— Tony Kushner, Angels in America

***

In de tien jaar dat ik nu stemgerechtigd ben, heb ik nooit lang hoeven twijfelen over mijn partijkeuze. Met uitzondering van mijn allereerste Tweede Kamerverkiezingen (SP) en wat uitstapjes op lokaal niveau (D66) heb ik altijd vol overtuiging GroenLinks gestemd. Intelligente, niet-dogmatische politiek met het hart op de goede plek, vond ik.

De afgelopen anderhalf jaar ben ik langzaam tot het inzicht gekomen dat ik mij een rad voor ogen heb laten draaien. Ja, Femke Halsema was een baken van nuance. Dat neemt echter niet weg dat GroenLinks onder haar leiding verder naar het grote grijze midden is opgeschoven. De zogenaamde ‘civiele’ missie naar Kunduz en de deelname aan het recente begrotingsakkoord hebben niets te maken met het zwakke leiderschap van Jolande Sap, maar zijn het logische gevolg van de ‘liberale’ of ‘vrijzinnige’ koers die de partij vanaf 2002 steeds nadrukkelijker heeft ingezet. De keuze voor die twee woorden, liberaal en vrijzinnig, verraadt de fundamentele verschuiving in het denken; namelijk, een bijna volledige acceptatie van de neoliberale vrijemarktideologie die het politieke landschap sinds de jaren tachtig domineert. Socialisme, pacifisme en radicalisme — de historische wortels van GroenLinks — zijn definitief overboord gezet. In plaats daarvan is er een nogal bleek mengelmoesje ontstaan van milieuactivisme, sociaaldemocratie en individualisme, met een groene economie als hoogst haalbare ideaal. Het is veelzeggend dat de term ‘kapitalisme’ in het beginselprogramma uit 2008 is afgezwakt tot ‘consumentisme’. Met andere woorden: GroenLinks bestrijdt niet langer het systeem, alleen de excessen ervan. Dat is realistisch, zullen veel mensen zeggen. Ik vrees dat zulk ‘realisme’ eerder een symptoom is van existentiële wanhoop. If you can’t beat them, join them.

Mijn onvrede over de koers van GroenLinks staat niet op zichzelf. Sinds het uitbreken van de eurocrisis in 2010 is mijn gevoel van onbehagen ten aanzien van de hele Nederlandse politiek alleen maar gegroeid. Ik vraag me steeds meer af of er eigenlijk wel iets te kiezen valt op 12 september. Alle politieke partijen, van uiterst links tot uiterst rechts, zijn het erover eens dat de economische groei weer moet worden aangezwengeld. Het enige twistpunt is de manier waarop. Rechts wil rigoureus bezuinigen, links wil investeren en de staatschuld (tijdelijk) laten oplopen. Geen enkele partij, ook de SP niet, keert zich expliciet tegen het kapitalistische systeem dat de schuldencrisis heeft veroorzaakt. Geen enkele partij stelt dat de excessen – van uitbuiting en gewelddadige conflicten tot financiële bubbels — inherent zijn aan dat systeem. Geen enkele partij durft zich, kortom, een maatschappij voor te stellen die radicaal anders is dan de huidige.

Het lijkt wel alsof iedereen het gebruikelijke argument van de neoliberale apologeten (‘Er is geen alternatief’) zonder meer voor waar heeft aangenomen. Zelfs wanneer het systeem uit zijn voegen barst, blijken óók politici aan de linkerkant van het politieke spectrum niet in staat om een route naar een nieuwe wereld uit te stippelen. In plaats daarvan stemmen ze maar in met de zoveelste miljardeninjectie voor de falende Europese bankensector, of kijken ze toe hoe het IMF, de ECB en de EU de facto een einde proberen te maken aan het democratisch zelfbeschikkingsrecht van de Grieken. Liever dat dan voor nostalgische naïveling (‘Hippie!’) of totalitaire idealist (‘Stalin! Pol Pot!’) te worden uitgemaakt. De samenleving is kennelijk zozeer doortrokken van de kapitalistische ideologie dat iedere andere mogelijkheid bij voorbaat al voor belachelijk of onwerkbaar wordt gehouden. Waar blijft de visionair die ongegeneerd het tegendeel beweert?

Ik heb heldere wereldbeelden nodig, nieuwe dogma’s en ideologieën. Ik hoop op felle tegenstellingen, geen gezapige compromissen. Ik wil politici die een andere taal spreken — geen omhooggevallen ambtenaren die ‘aanpakken’, ‘hervormen’, ‘het huishoudboekje op orde brengen’ of ‘de kenniseconomie stimuleren’. Ik verlang naar vergezichten, utopieën; een weg uit het tranendal. En ach, laat ik het woord maar in de mond nemen: hoop.

En tot die tijd?

Tot ik een horizon kan zien, beschouw ik het als mijn plicht om niet te landen.

Geen opmerkingen: