The Hobbit: An Unexpected Journey (Peter Jackson, 2012)
●●●○○
Je kon er natuurlijk donder op zeggen dat The Hobbit tegen zou vallen. Het boek is beduidend eenvoudiger en een stuk kinderachtiger van toon dan The Lord of the Rings. Voor de filmversie heeft Peter Jackson er allerlei apocrief materiaal bijgesleept om het verhaal te kunnen uitsmeren over drie films. Dat wreekt zich. An Unexpected Journey mist de emotionele intensiteit van de eerste trilogie, zelfs al is Martin Freeman een beter acteur dan Elijah Wood. De terugkeer naar Tolkiens universum roept genoeg nostalgische gevoelens op om te blijven kijken, maar veel meer dan vermakelijk wordt het nergens.
The Hobbit: The Desolation of Smaug (Peter Jackson, 2013)
●●●○○
Tolkien was niet dol op romantiek — althans, niet in zijn literaire werk. Waarom de schrijvers de behoefte voelden om een nietszeggend roodharig elfje (Lost-babe Evangeline Lilly) in een driehoeksverhouding te laten belanden met Legolas en een dwerg, is mij dan ook een raadsel. Het plotlijntje krijgt gelukkig niet al te veel aandacht, maar het blijft een tenenkrommende toevoeging. Is er ook goed nieuws? Jazeker. Lee Pace is fascinerend ambivalent als de isolationistische elvenkoning Thranduil en de draak Smaug ziet er fantastisch uit. Verder is The Desolation of Smaug vooral een herhaling van zetten.
Casablanca (Michael Curtiz, 1942)
●●●●○
Klassieker met een hoofdletter K. Terecht, wat mij betreft. Humphrey Bogart schittert als de Amerikaanse café-eigenaar Rick, die voor een dilemma komt te staan als zijn ex-geliefde Ilsa (Ingrid Bergman) en haar man via Casablanca aan de Nazi's willen ontsnappen. In tegenstelling tot de meeste Hollywoodfilms voelt Casablanca daadwerkelijk internationaal aan: alle mogelijke Europese accenten komen voorbij. Dat deze film, waarin de cynische Rick uiteindelijk zijn neutraliteit laat varen, uitkwam in het jaar waarin de V.S. zich actief met de Tweede Wereldoorlog ging bemoeien zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan het succes.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten