Harry Potter and the Prisoner of Azkaban (Alfonso Cuarón, 2004)
●●●○○
Alfonso Cuarón (van Y tu mamá también) is de eerste regisseur die de Harry Potter-franchise schwung geeft. De wereld komt eindelijk visueel tot leven, de hoofdrolspelers beginnen te acteren en de grappen gaan soms fijn over de hoofden van de kiddo's heen (in de eerste scène is Harry onder de deken met zijn 'toverstaf' aan het spelen en doet hij snel alsof hij slaapt wanneer zijn oom binnenkomt). Michael Gambon is stiekem een betere Dumbledore dan wijlen Richard Harris, die toch altijd wat futloos zijn tekst stond op te lepelen. Gambons versie is grilliger, energieker en kwajongensachtiger.
Harry Potter and the Goblet of Fire (Mike Newell, 2005)
●●●○○
Het meest lastige bij de Potterfilms blijven toch ritme en timing. Harry's puberstrubbelingen krijgen buitenproportioneel veel aandacht in film vier, terwijl een terreuraanslag van de Ku Klux Klan bij het WK zwerkbal op merkwaardige wijze wordt afgeraffeld. En over puberstrubbelingen gesproken: ik moet eerlijk bekennen dat dit filmpje het mij lastig maakt om zonder te lachen naar opmerkingen over "connecting wands" te luisteren – zeker als de stralen die uit zulke toverstaven schieten ook nog vrij suggestief gaan druipen. Nou ja. Het is een Britse kostschool, dan krijg je dat.
Possession (Andrzej Żuławski, 1981)
●●●●○
Er zit hier een fantastische paper in over gespletenheid (van de menselijke geest, van het huwelijk én van Berlijn tijdens de Koude Oorlog), maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Man, man, man, die Isabelle Adjani in dat nare tunneltje. The Exorcist is er Sesamstraat bij. Ze schijnt gekscherend gezegd te hebben dat ze jaren moest bijkomen van haar werk met Andrzej Żuławski; ik geloof het meteen. Al krijsend smijt ze zichzelf tegen de muur en stuiptrekt ze door de bloederige smurrie. Nog nooit iemand zo imponerend, zo afschuwelijk, zo buitenissig de waanzin zien vertolken.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten