Laat ik eerlijk zijn. Toen ik de Oostenrijkse deelnemer aan het Songfestival zag, was mijn eerste gedachte: "Hoera, kermis!" Daarmee bedoel ik zowel Eurovisiekermis (ze sturen een ongeschoren travestiet, lachen man!) als daadwerkelijke kermis (de vrouw met de baard was vroeger immers een standaardattractie in de freakshow). Nu ben ik niet vies van een beetje camp, maar ik hield er geen moment rekening mee dat Conchita Wurst het festival ook daadwerkelijk zou kunnen winnen. De tijd van de echte kermisacts (Finland 2006, Oekraïne 2007, Ierland 2008) ligt wel een beetje achter ons. Bovendien kwam Conchita met een weinig originele ballad uit de James Bond-school. Dat ging 'm dus niet worden.
Maar ja, toen kwam het festival. Mijn eigen favorieten gingen stuk voor stuk onderuit. Israël sneuvelde roemloos in de tweede halve finale, Griekenland viel snoeihard door de mand tijdens het trampolinespringen, Frankrijk huppelde enthousiast maar zong beroerd, Italië raakte ondanks het luchtige rokje buiten adem en op Nederland mocht ik niet stemmen. Wat nu? Godzijdank was daar de Koningin van Oostenrijk.
Alles klopte bij Conchita: het toneelbeeld vol uitslaande vlammen, het liedje over de verschoppeling die zichzelf tot diva transformeert, de vlekkeloze uitvoering van het nummer, de extatische reacties van het publiek. De live performance oversteeg moeiteloos de studioversie. Mijn douze points waren vergeven.
Had dit nummer ook gewonnen als de zanger geen bebaarde travestiet was geweest, maar een 'gewone' man of vrouw? Misschien wel, misschien niet. Het doet er eigenlijk niet zo toe. Het Eurovisie Songfestival draait namelijk niet alleen om de muziek, hoe graag sommigen dat ook zouden willen. Van het begin af aan is het festival een politiek project geweest. De European Broadcasting Union kwam in de jaren vijftig met het idee: heel Europa moest bijeen worden gebracht door middel van een vriendschappelijke muziekcompetitie. Het Songfestival maakte onderdeel uit van de naoorlogse wederopbouw; men wilde het gevoel van saamhorigheid terugbrengen en de nadruk leggen op gedeelde Europese waarden. Het is de lichtste vorm van politiek, maar toch: er spreekt een visie uit op Europa als geheel die je moeilijk alle maatschappelijke relevantie kunt ontzeggen.
Dat het festival allesbehalve een neutraal liedjesfestijn is, bleek afgelopen zaterdag weer eens. De Russische deelneemsters – twee blonde zusjes met een zoet liedje en een wipwap – werden uitgejouwd door de Eurovisiefans in de zaal. Alsof die arme meisjes persoonlijk verantwoordelijk waren voor de homohaat en de expansiedrift van hun vaderland. Dat het boegeroep nogal misplaatst was, neemt echter niet weg dat de bron van al die emotie interessant is. Klaarblijkelijk heeft Rusland met de wet tegen homopropaganda en de agressieve bemoeienis met buurland Oekraïne een verkeerde snaar geraakt in Europa. Ik durf zelfs te stellen dat er een heuse gedeelde Europese waarde in het geding is: respect voor de vrijheid en integriteit van anderen. Daarom joelden de fans zo hard – ze voelden zich aangetast in hun Europese identiteit.
Tot mijn eigen verrassing vond ik Conchita's overwinning ontroerend. Zoals het een diva betaamt nam ze huilend alle twaalfpunters in ontvangst en wapperde ze met haar vingers om de tranen te drogen. Met een snik in haar stem zei ze te strijden voor respect en tolerantie: "We are unstoppable!" Langzaam begon ik me te realiseren waarom die gekke travestiet me zo raakte. Conchita Wurst staat voor een gedroomd Europa: een continent waar plek is voor iedereen en waar je kunt zijn wat je wilt zolang je de vrijheden van anderen respecteert. Een gepest jongetje was in een bebaarde vrouw veranderd en een internationale held geworden. Waar ter wereld kan dat, behalve in Europa?
Verschillende Russische politici zagen in de triomf van de vrouw met de
baard het ultieme morele failliet van Europa. Dit
is dus het resultaat van de Europese integratie, schamperde vicepremier
Dmitri Rogozin. Er zijn geen echte mannen en
vrouwen meer daar, riep nationalist Vladimir Zjirinovski; de Sovjets
hadden Oostenrijk nooit moeten verlaten na de Tweede Wereldoorlog. (Wij hadden ze wel mores geleerd, was de ondertoon.) Als ik hun uitspraken lees, vallen mijn gevoelens van afgelopen zaterdag op hun plek.
Conchita Wurst heeft mij doen beseffen hoe blij ik ben om Europeaan te zijn.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten